ADHD en autisme in het onderwijs
Maar liefst 16% van de kinderen en jongeren van 6 tot 18 jaar met autisme gaat niet naar school. Een verontrustend cijfer dat volgens Broeder Tuck, die zelf autisme heeft, vraagt om meer inzicht én samenwerking. “Kloppen deze cijfers wel, en wat is de populatie die onderzocht is?” vraagt hij zich af. “Belangrijker nog: hoe komt het dat zoveel kinderen met ADHD en autisme uitvallen? Ligt dat aan de school, aan het systeem of aan de manier waarop we met verschillen omgaan?”
Ruimte om te leren van vallen en opstaan
Broeder Tuck vertelt over een moeder die hem vroeg of hij boos was over zijn vele banen. “Integendeel,” lacht hij. “Door teleurstellingen leer je juist veerkracht. Geef kinderen met ADHD en autisme de ruimte om fouten te maken, dat is essentieel voor hun ontwikkeling.”
In gesprek blijven met scholen en ouders
Volgens Broeder Tuck moeten scholen, ouders en begeleiders voortdurend met elkaar in gesprek blijven. “Hoe zorgen we dat een kind met ADHD en autisme zichzelf kan zijn zonder de klas te verstoren? En hoe voorkomen we dat regels of onbegrip kinderen buitensluiten?”
Koekjes bakken en begrip kweken
Zijn creatieve voorstel: “Laat ouders van kinderen met ADHD en autisme samen met leerkrachten koekjes bakken en daarna brainstormen. Als je elkaar beter begrijpt, vind je samen nieuwe oplossingen.”
Wat vind jij? Hoe zouden kinderen met autisme, hun ouders en docenten er samen voor kunnen zorgen dat autisme geen reden is om niet naar school te gaan?